BBG H8 Voorzetsels en εἰμί

Voorzetsels

  • Voorzetsels hebben in het Grieks dezelfde functie als in het Nederlands.

  • Sommige voorzetsels hebben altijd dezelfde naamval bij zich

    • vb. ἐν (in) wordt altijd gevolgde door een derde naamval
  • Sommige voorzetsels kunnen gevolgd worden door verschillende naavallen; de betekenis hangt samen met deze naamval

    • διὰ τοῦ προφήτου = door de profeet (Mat.1:22)
    • καὶ ἔσεσθε μισούμενοι ὑπὸ πάντων διὰ τὸ ὄνομά μου = en u zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam
  • Voorzetsels worden niet vervoegd

  • Als een voorzetsel eindigt in een klinker voor een woord dat begint met een klinker, dan kan het gebeuren dat de slotklinker van het voorzetsel wordt vervangen door een apostroph (elisie)

    vb. μετὰ αὐτό —> μετ᾽ αὐτό

    Als het tweede woord begint met klinker met een spiritus asper, dan kan het gebeuren dat er ook een medeklinkerverandering optreedt

    vb. μετὰ ἡμῶν —> μετ᾽ ἡμῶν —> μεθ᾽ ἡμῶν

εἰμί

  • De basivorm van een werkwoord is de stam
  • Persoon en getal bepalen de uitgang die aan de stam wordt toegevoegd
  • Een werkwoord stemt in persoon en getal overeen met het onderwerp
  • Het meest voorkomende werkwoord is εἰμί

Tabel 1
Vervoeging εἰμί

Persoon Tegenw.Tijd Vertaling Verl.Tijd Toek.Tijd
1e ev εἰμί ik ben ἦν of ἤμην ἔσομαι
2e ev εἶ jij/u bent ἦϛ of ἦσθα ἔσῃ ἔσει
3e ev ἐστιν hij/zij/het is ἦν ἔσται
1e mv ἐσμέν wij zijn ἦμεν of ἦμεθα ἐσόμεθα
2e mv ἐστέ jullie zijn ἦτε ἔσεσθε
3e mv εἰσίν zij zijn ἦσαν ἔσονται

Noot 1. Zie ook Bijlsma H20.
Noot 2. Vooral de 3e persoon ev komt vaak voor in de verleden tijd.

  • Het naamwoordelijk deel van het gezegde staat in de 1e naamval
    • ὁ Θεός ἐστιν Κύριος