BBG HFD06

Nominativus en Accusativus

Het onderwerp van een zin staat in de eerste naamval, de nominativus. Dit is ook de vorm van een woord in het woordenboek. Het lijdend voorwerp (‘direct object’) van een zin staat in de vierde naamval, de accusativus.
In meeste Nederlandse zinnen is de woordvolgorde: onderwerp - werkwoor - lijdend voorwerp. In het Grieks gaat dit niet op, onderwerp en lijdend voorwerp zijn doorgaans te onderscheiden door te kijken naar welke naamvallen gebruikt zijn in de zin.

Naamvalsuitgangen

De naamvalsuitgangen zijn de uitgangen die toegevoegd worden aan de stam van het woord. In Tabel 1 staan deze uitgangen voor de 1e en 4e naamval.

Tabel 1
Naamvalsuitgangen 1e en 4e naamval

Naamval Naam 2e decl.m. 1e decl.vr. 3e decl.onz.
1e ev Nominativus ς η       α ν
2e ev Genitivus
3e ev Dativus
4e ev Accusativus ν ν ν
1e mv Nominativus ι ι α
2e mv Genitivus
3e mv Dativus
4e mv Accusativus υς ς α



Vaak wordt de laatste stamklinker meegenomen bij weergeven van naamvalsuitgangen. Zie Tabel 2.

Tabel 2
Laatste stamklinker en naamvalsuitgang

Naamval Naam 2e decl.m. 1e decl.vr. 3e decl.onz.
1e ev Nominativus ος η         α ον
2e ev Genitivus
3e ev Dativus
4e ev Accusativus ον ην      αν ον
1e mv Nominativus οι αι α
2e mv Genitivus
3e mv Dativus
4e mv Accusativus ους ας α



In Tabel 3 de verbuiging van een mannelijk woord in de eerste declinatie, van twee vrouwelijke woorden uit de eerste declinatie en van een onzijdig woord uit de derde declinatie. In de ernaast staande Tabel 4 de verbuiging van het bepaald lidwoord. Het Grieks kent geen onbepaald lidwoord.

Tabel 3
Paradigma verbuiging drie zelfstandige naamwoorden

Naamval 2e decl.m. 1e decl.vr. 3e decl.onz.
1ev λόγος γραφή ὥρα ἔργον
2ev
3ev
4ev λόγον γραφήν ὥραν ἔργον
1mv λογόι γραφαι ὣραι ἔργα
2mv
3mv
4mv λόγους γραφάς ὥρας ἔργα

Tabel 4
Verbuiging bepaald lidwoord

Naamval m. vr. onz.
1e ev τό
2e ev
3e ev
4e ev τόν τήν τό
1e mv οἱ αἱ τά
2e mv
3e mv
4e mv τούς τάσ τά